Muziekonderwijs op de kaart: SBO De Poldervaart

Drie jaar: dat is de tijd die scholen kregen om hun onderwijs te verrijken met muziek. Op SBO De Poldervaart grepen ze de subsidieregeling Impuls Muziekonderwijs met beide handen aan. Het levert plezier op, betrokkenheid op elkaar èn zet kinderen in hun kracht: “Het is zo mooi om leerlingen het gevoel te geven: ‘Hee, maar dat kan ik ook’.”

Als we naar het huidige onderwijs kijken, lijkt het net alsof de wereld uit rekenen en taal bestaat. Hele dagen lijken op te gaan aan cijfers en letters, met af en toe een onderbreking voor de beschouwende vakken. Een klein deel van de tijd is weggelegd voor cultuureducatie.

Stichting Mooi Werk jaagt sinds jaar en dag de scholen in Schiedam aan om cultuureducatie te verankeren in het curriculum. Dat doet ze onder andere door programma’s op te zetten, Interne Cultuur Coördinatoren (ICC’ers) op te leiden en scholen te wijzen op interessante regelingen. Eén daarvan was de Impuls Muziekonderwijs van het Fonds voor Cultuurparticipatie. In deze regeling staat implementatie en borging van muziekonderwijs centraal, muziek krijgt een structurele plaats in het curriculum. Dit doel wordt onder meer bereikt door een methode als basis, het inhuren van een vakdocent muziek en deskundigheidsbevordering van de groepsleerkracht. Ook was er een deel van het budget beschikbaar voor het aanschaffen van passend schoolinstrumentarium.

Af en toe een liedje

In 2017 stond SBO De Poldervaart zowat vooraan om aan deze regeling mee te doen. Binnen de school was onderwijsassistent Suzette Ronteltap degene die vele lansen brak om meer muziek in het onderwijs te integreren. “Vóór de Impuls werd ik altijd wel betrokken bij alles wat er gebeurde op muziekgebied, niet in de laatste plaats omdat ik zelf ook muzikant ben. De indruk die ik altijd heb gekregen is dat muziek als vak heel erg ondergesneeuwd was. ‘We doen af en toe een liedje, dan hebben we ook iets aan muziek gedaan’, die sfeer had het. Daarom zijn wij begonnen met de methode ZangExpress. Je hoeft zelf geen instrument te kunnen bespelen, je wordt aan de hand meegenomen, want het is een heel duidelijke methode. Eenmaal in gesprek met Jeanette, onze ICC-er, werd het wat structureler. Dankzij de Impuls konden we vakdocent Judica Lookman inhuren, die muziek binnen onze school echt op de kaart heeft gezet.” Haar ervaring met speciaal onderwijs kwam hierbij goed van pas.

Er waaide opeens een andere wind door de school. Het muziekonderwijs bracht veel creativiteit teweeg, maar genereerde ook andere processen. Suzette: “Ik zie dat het voor verbinding zorgt en voor heel veel plezier. Maar vooral voor onze leerlingen in het speciaal basisonderwijs is het extra belangrijk, want kinderen zijn vaak heel onzeker. Muziek neemt blokkades weg.”

Extern muziekdocent Judica Lookman sluit zich hier volledig bij aan: “Wat leuk was om te zien is hoe kinderen met bepaalde achterstand sneller ‘bij de les’ zijn. Ik herinner me een kind dat zich in de muziekles ontzettend thuis voelde. Hij luisterde supergoed, was heel betrokken. Op een gegeven moment vergat ik per ongeluk om hem de beurt te geven. Heel de klas ontplofte zowat, hij had zich er zó op verheugd. Natuurlijk heb ik dat later weer rechtgezet.”

Samen verantwoordelijk

Naast het onderwijs aan de kinderen, moesten ook de docenten op weg geholpen worden. “De leraren deden zelf ook mee, op deze manier ervoeren ze zelf hoe de muziek bij de kinderen binnenkwam. Judica wist daarin letterlijk en figuurlijk de juiste toon te treffen,” zegt Suzette.

Judica vult haar aan: “Ik kwam 1x in de maand twee volle dagen, maar we zijn samen verantwoordelijk voor de les. Docenten deden actief mee. Op die manier ontwikkelde de groepsleerkracht zelf vaardigheden, waardoor ze zelf steeds meer samen les gingen geven.”

De keuze voor ZangExpress als onderwijsmethode werd gemaakt op basis van goede ervaringen, die docenten meenamen van andere scholen waar ze hadden gewerkt. Alle muzikale domeinen worden aangesproken. Het is een laagdrempelige manier om muzieklessen zelf te geven, zingen spelen, maken, horen en weten. Eigenlijk foolproof: iedereen kan muziek maken.

Muziekwoestijn

Als er zoveel enthousiasme is, rijst natuurlijk de vraag of je iets kunt bereiken met een traject van drie jaar. Judica: “Voor mij was het niet alleen een traject waardoor ik werk uit handen nam, maar een proces in gang wilde zetten. De eerste keer dat ik kwam, ontdekte ik echt een muziekwoestijn. Het was niet levendig of zo. Kinderen wisten nog niet wat ze ermee konden en wat het hen zou opleveren. Doordat zij nu zo vaardig zijn geworden, zijn het energiebronnetjes die je helpen om jou als docent ook aan de gang te zetten. Daarmee creëer je naast creativiteit ook continuïteit. Maar ik heb wel steeds gezegd: ik ga niet ‘de band aanzetten’, daar heb je mij niet voor nodig. Die band is er al. Geef mij de opdracht om daar iets specifieks mee te doen. Dus ik heb bedacht hoe ze meer uit hun instrumenten kunnen halen.”

Daarnaast moest de aandacht van de kinderen soms stevig in goede banen geleid worden. “Als je een instrument geeft aan een willekeurige groep van dertig mensen, dan gebeurt er hetzelfde als in een klas,” lacht Judica. “Als je zegt: ‘Leg het instrument even netjes naast je neer’, dan zit er binnen 5 tellen iemand aan te pielen en binnen tien tellen zit iedereen er toch een beetje mee te spelen. Dat is de leuke, uitdagende kant eraan. Maar dat is lastig als kinderen structuur nodig hebben. Dus die moest ik daarin aanbrengen.”

Doen en plezier hebben

De lessen liepen dan ook volgens een vast stramien, al laat kunst zich lang niet altijd dwingen. Judica: “Juist bij speciaal basisonderwijs is het goed om iets te doen wat een energizer is. Kleine spelletjes waarin de kinderen even alles kunnen loslaten. De lessen uit ZangExpress heb ik af en toe aangepast voor het SBO, zodat ze toch met een partituur mee konden spelen, al was het in kleine stapjes. Maar dat is prima. De kerndoelen waren voornamelijk: doen en plezier hebben. Betrokkenheid op elkaar. Leerlingen met faalangstige instap het gevoel geven: hee, maar dat kan ik ook. Sommigen werden zelfs zó fanatiek, dat ze op school kwamen en zeiden: ‘Oh, maar dat heb ik thuis al geoefend.’ Da’s mooi om te zien.”

Suzette vult haar aan: “Wat mij is bijgebleven, is dat er een jongetje in de klas kwam. De Nederlandse taal had hij zich nog niet eigen gemaakt. Dit vanwege dat het niet makkelijk is om je dan in een groep verstaanbaar te maken. Het is een wereld van verschil als je uit je eigen omgeving wordt weggehaald en in dat verre Nederland terecht komt. Maar hij nam zeer gepassioneerd deel aan de les.”
“Het is een goede manier om contact te maken,” merkt Judica op. “De Nederlandse cultuur is daarin wat droogjes, maar in andere landen is dat veel gewoner. Muziek is verweven in verschillende culturen. Hopelijk komt dat door zo’n Impulsprogramma ook hier tot stand.”

De hamvraag na 3 jaar is dan natuurlijk: hoe gaat dit geborgd worden in de toekomst? “Tja,” verzucht Suzette. “We zien hier zó het belang van in, dat we toch echt actief geld moeten zien los te peuteren van verschillende fondsen, om een voortzetting te doen. Een deel kunnen we nu zelf organiseren, maar we hopen dat we op de één of andere manier toch de samenwerking met Judica kunnen blijven voortzetten. Uiteraard vanwege haar grote expertise, maar in ieder geval omdat zij de kinderen echt weet te raken.” Stichting Mooi Werk zal hier ook een rol in blijven spelen, er zijn zulke mooie resultaten behaald en we blijven graag betrokken bij de borging van muziekonderwijs op de school.

Portret Judica Lookman: Hans Dijkstra/Robbert Kamphuis